normandie-2020-Page10

Voorafgaand aan ons eilandtripje fietsen we naar een uitloper van de stad met een oud fort op het einde. De zee beukt tegen een vijf meter brede zeewering aan en spat er hier en daar overheen. Wat moet dat een spektakel zijn als het hier stormt! Dan is de weg ongetwijfeld afgesloten en wagen wandelaars zich vast niet op de muur, die tevens wandelpad is. Er loopt een GR overheen. De bankjes op de muur zullen bij storm leeg blijven, levensgevaarlijk! Het oude fort is niet toegankelijk, want militair en geheim en zo. Op de hoge muren van het fort, achter de slotgracht, bevindt zich een eigenwijs stelletje dat zich er niets van aantrekt. Drie geiten staan stoïcijns het gras tussen de grote stenen uit te trekken. Wie is er hier nu de baas?

Ile Tatihou is bijzonder en de overtocht ook. Heen varen we, terug rijden we, op dezelfde boot. Het is een amfibievoertuig, dat bij eb mensen over een wad vol oesterbanken vervoert (oesters die weer heel anders smaken dan die uit de Baie de Veys, weten we inmiddels). Als die mensen tenminste de wandeling over het wad niet willen maken. Mensen zoals wij.

Het grote verschil tussen eb en vloed is te zien aan de kusten van vasteland en eiland. Tweemaal daags verandert Tatihou van eiland in schiereiland en weer terug. De natuur is interessant, een oud fort op een piepklein (schier)eilandje naast Tatihou eveneens: het is afgesloten en het compleet overwoekerde binnenste is voor broedvogels gereserveerd. Historische feitjes boeien mij meestal nauwelijks, maar de Lazaret weet mijn aandacht te trekken. De ommuurde tuinen met enkele gebouwen hebben ooit gediend als uitwijkplaats, een enclave in tijden van epidemieën. Lepra, pest en cholera, welke enge ziekte ook door Europa waarde, hier was het goed toeven. De tekst op het bord is verrassend actueel en zou zo van toepassing kunnen zijn op het coronatijdperk waarin wij nu leven. Hoewel…verbleven in die Lazaret nu de zieken? Of was het de elite die gezond wilde blijven? Dat is toch net éven anders plannen.

We bezegelen ons bezoek met een crêpe en rijden aan het eind van de middag langs de oorlogskust naar een goedkope overnachtingsplek in Port St Bessin Huppain. Hoewel we de oorlog zo veel mogelijk wilden mijden, ontkomen we er niet aan. Naarmate we meer plekken aan die roemruchte kust passeren, zien we steeds meer musea en gedenkplaatsen met nadrukkelijker borden en vlaggen. De oorlog lijkt hier in de uitverkoop, de bevrijding een feestartikel. Toch is het niet allemaal zo plat. Anders dan bij ons laatste bezoek in 2017 zien we nu op veel plekken grote zwart-witfoto’s hangen, van D-day en de landingen op Utahbeach en Omahabeach, met regelmatig portretten van gevallen soldaten. De oorlog krijgt zo een gezicht. Een goede manier om WOII in het collectieve geheugen te verankeren, nu de laatste ooggetuigen vrijwel allemaal zijn gestorven.