
Een uitstapje naar de nabijgelegen pointe du Hoc, die wij op de kaart per abuis aanzien voor een grote uitstekende rotspunt en dus een fraai staaltje natuurlijk spektakel, is een vergissing. Het blijkt een drukbezochte herdenkingsplek voor een cruciale actie tijdens D-day van de geallieerden, in het bijzonder de Amerikanen. Op het moment dat we bedenken dat we dit niet meer willen zien, omdat we eerder op vakantie in Normandië ruimschoots aandacht aan WOII hebben gegeven, is het te laat. We staan al binnen het hek en moeten noodgedwongen de gehele looproute – eenrichtingverkeer vanwege corona – langs alle kazematten afleggen. Een stukje educatie dat we gelaten ondergaan.
We schudden de oorlog van ons af, keren terug naar La Manche, en strijken neer op de noordoostkust, bij Gatteville Phare. Op een parking aan een prachtig stuk rotskust bij de enorme vuurtoren mogen we parkeren, maar niet kamperen. Geen campinggedrag vertonen, vertelt onze app, maar overnachten mag. Deze plek is te druk geworden, iedereen wil naar de kust en in het Franse hoogseizoen helemaal. Maar de stroom bezoekers van de vuurtoren ebt ’s avonds weg, de vele auto’s verdwijnen en dan is het heerlijk staren over zee, stappen en springen over de grote rotspartijen en wachten tot de vuurtoren het lichtende baken wordt waarvoor hij is gebouwd. Geruststellend strooit de toren zijn heldere stralen uit over zee en land, tot het nabij gelegen Barfleur toe.
In Barfleur bezoeken we enkele favoriete winkels én die hele fijne banketbakker om dan na een kuiertje heel relaxed aan de haven een taartje te eten. Hier liggen nog de traditionele houten zeilboten, bontgekleurd en speciaal voor zeilend vissen: pecher á voile. Onderweg hebben we ergens iets gelezen over een bijzonder eiland, Ile Tatihou, en in Barfleur vernemen we dat je er per boot naar toe kunt, vanuit St Vaast La Hougue. Nooit van gehoord. Een nieuwe reisbestemming is geboren.
St Vaast La Hougue is een langgerekte kustplaats aan de oostkant van La Manche, een kilometer of tien onder Barfleur. We zijn er zo en kopen tickets voor de vaart naar Tatihou de volgende middag. We kuieren langs de grote jachthaven en komen uit op het oudste en leukste hoekje van dit plaatsje. Een oude kerk, een uitkijkpunt en een werf waar schepen worden gerestaureerd en nieuwe houten schepen worden gebouwd op de traditionele manier, van honderden jaren her. Het is een genot om te zien hoe in de grote loods mannen schuren en zagen en oude vormen ontstaan van nieuw hout. Aan het einde van de haven wordt bij eb de doorgang naar zee afgesloten door een sluisje. Ligt er aan de ene kant een onwelriekend wad, aan de andere kant dobberen de boten nog in helder blauwgroen water.
Voor de komende nacht nemen we per vergissing een veel te dure camping, compleet met zwembad en vermaak. Eigenlijk niets voor ons, maar het zwembad is op deze warme dag heerlijk en de vrouw die met pit alle Franse meezingers brengt, begeleid door haar bluesy gitaarspel, stemt vrolijk. Ik zie verschillende mensen lachend zingend de camping op en af fietsen. Die dame mag mee naar huis!
