
La Maison de Camembert bevat weliswaar enkele panelen met informatie, maar is niet het kenniscentrum dat we hoopten te vinden. Een demo camembert maken is al helemaal niet aan de orde. Daarvoor moeten we bij de ferme van Durant zijn, fluistert een Franse medewerker met een verdacht Amsterdams accent ons in. Dat doen we, want we waren niet gekomen voor het proeven en kopen van te dure regionale producten, waartoe dit maison overduidelijk is ingericht.
Op de ferme is evenmin een demo, al was het maar omdat de productie van die dag reeds heeft plaats gevonden. Er wordt ochtendmelk van koeien voor gebruikt, en de avondmelk van de vorige dag. Het hele procedé om van koe tot kaas te komen, staat minutieus uitgelegd op grote borden. En achter glas staan rekken met ronde kaasjes in verschillende stadia van rijping. Pas over 4 weken zijn de kazen van vandaag goed voor de verkoop. Voor zo’n ambachtelijk bereid wit wieltje tel ik met plezier € 5,50 neer. In de winkel bij deze ‘ferme’ kopen we namelijk wél. Ook enkele niet-camemberts, die erg smakelijk blijken wanneer we die met een vers stokbroodje ergens langs de kant van de weg soldaat maken.
Op doortocht naar Granville lassen we nog één stop in: La Roche d’Oëtre, ook wel ‘La Suisse Normande’ genoemd. Een rotsgebiedje op 118 meter hoogte, met enkele bijzondere rotsformaties en uitzicht op de vallei van de Oëtre. Het is een warme dag en we zijn blij dat we op de parking van deze toeristische locatie een schaduwplek vinden aan de bosrand en zonder de drukte van busladingen bezoekers onderuit kunnen zakken met een glas cider, terwijl een gids een groepje mensen over het pad loodst, de kinderen op gezadelde koeien voorop. Van koe tot rijdier, een nieuw Normandisch procedé.
Een wandeling in het avondlicht brengt het beloofde uitzicht, mooi en stil. De wandeling de volgende ochtend leidt ons naar de Oëtre. De beloning van de steile afdaling is een kabbelende rivier, omzoomd door bos. De koele schaduw en het mijmeren op een grote steen midden in het stromende water zijn een weldaad op een dag waarop het nog warmer is dan gisteren.
En er ligt meer hitte in het verschiet, zoals we merken in Granville waar we op dag vijf aan het begin van de avond neerstrijken op camping La Vague, in buitenwijk St Nicolas-plage, 200 m vanaf de zee. Gelukkig zijn onze autoritten koel, door de airco in de bus. Je stoot alleen je hoofd tegen de hitte als je uitstapt. Naar onze maatstaven is deze camping verschrikkelijk duur: € 34 per nacht voor twee personen, maar we boeken toch drie nachten. We willen de stad zien en een dagtrip maken naar de Iles Chausey. Dus richten we een driedaags kamp in en zetten de luifel op, onder bomen waarvan we te laat ontdekken dat het plakkerige populieren zijn. Het zal weken duren voordat het kleverige vocht dat ze afscheiden van onze luifel af is. De vele regen die ons wacht – nu weten we nog van niets – zal daarvoor zorgen.
